Inleveren van metalen
Hieronder vindt u een bewijs van inlevering van metalen. Naarmate de oorlog vorderde kreeg de Duitse oorlogsindustrie steeds grotere behoeftes aan grondstoffen. Metalen waren erg belangrijk voor het fabriceren van militaire goederen zoals tanks, kanonnen en munitie. Ook in Nederland werden de metalen dus ingevorderd door de bezetter. Op 18 juni 1941 werd door reichskommissar Seyss-Inquart verordening 108 uitgevaardigd. Deze verordening vereiste dat metalen zoals koper, lood, brons, tin en andere legeringen werden ingeleverd bij de bezetter. Men kreeg een geldelijke vergoeding voor deze metalen. Hoewel er op ontduiking van de maatregel een gevangenisstraf stond van vijf jaar of een geldboete werd uitgegeven werd de verordening toch massaal genegeerd. Het bewijs dat u hieronder ziet is afgegeven aan W.J. de Voogd, wonende aan de Cornelis van Beverenstraat 13 in Dordrecht op 31 juli 19411

