Sterfbrieven Josef Winterl - Dordrecht

Deze set van brieven is gestuurd aan de weduwe van Obergefreiter Josef Winterl. Josef Winterl werd geboren op 24 maart 1909 in Etzenricht, in Bavaria, Duitsland. Hij was getrouwd met Amalie Winterl. Josef kwam op bij de stafcompagnie van het Infanterie Ersatz Batalion 63. Zijn erkennungsmarke nummer was 2313. Winterl sneuvelde waarschijnlijk in de omgeving van Moerdijk in november 1944.
Obergefreiter Josef Winterl maakte deel uit van een bouwgroep die in de nacht van 3 op 4 november 1944 ten zuiden van de Maas bij Dordrecht was ingezet om storingen in telefoonverbindingen te verhelpen. Tijdens deze inzet kwam de groep onder vijandelijk artillerievuur. Een eerste inslag vond plaats in de nabijheid van de mannen, waarna zij dekking zochten achter een Sturmgeschütz. Kort daarop volgde een tweede inslag op ongeveer drie meter afstand. Deze voltreffer verwondde Winterl en drie andere kameraden zwaar en dodelijk door talloze granaatsplinters, vooral in de voeten. Zij werden ter plekke verzorgd door de dienstdoende Sanitäter van de 2e compagnie en vervolgens onmiddellijk naar de hoofdverbandplaats in Dordrecht gebracht.
De Sanitäter Ost bezocht Winterl en trof hem daar in de operatiehal onder narcose aan. Hij kon door het bloedverlies nog niet geopereerd worden. De volgende dag was Winterl bij bewustzijn, helder en aanspreekbaar. Hij had eetlust en wilde graag geopereerd worden om de pijn te verlichten. De arts had hem meegedeeld dat zijn rechtervoet geamputeerd moest worden. Winterl stelde het schrijven van een brief aan zijn vrouw uit tot de volgende dag, omdat hij ervan overtuigd was dat hij de operatie zou doorstaan. Sanitäter Ost, die hem bezocht, merkte echter op dat Winterl door het bloedverlies zeer zwak was.

Op 6 november werd Winterl opnieuw door Ost bezocht, ditmaal ook door een andere onderofficier. Ook deze dag wilde hij geopereerd worden, en de arts bevestigde dat amputatie dringend noodzakelijk was. Winterl vroeg aan Ost om aan zijn vrouw te schrijven en zijn radiotoestel naar haar op te sturen. In de nacht daarop overleed hij aan hartzwakte, veroorzaakt door het bloedverlies. Hij werd na de operatie niet meer wakker en stierf volgens de brieven zonder doodsstrijd.
Zijn compagniecommandant, Wolfgang Uhl, meldde dat Winterl op 7 november 1944 in de hoofdverbandplaats in Dordrecht was overleden aan de gevolgen van zijn verwondingen. Hij beschreef Winterl als iemand die lange tijd als storingsschutter had gewerkt en door zijn inzet had bijgedragen aan het herstellen van belangrijke veldtelefoonverbindingen. De compagnie kon het moeilijk bevatten dat Winterl niet meer terug zou keren. Op 9 november 1944 werd Winterl met militaire eer begraven op de heldenbegraafplaats in Dordrecht. Zijn kist was versierd met een groene krans en bonte herfstbloemen. De Rijkskrijgsbanieren hingen halfstok toen de kisten door geestelijken werden overgedragen. Kameraden van de compagnie namen deel aan de plechtigheid en begeleidden hem naar zijn laatste rustplaats.
De documentenset bestaat uit een brief van Oberpfarrer (Legerpredikant) Kornrumpf, gericht aan Frau Winterl. Een verslag van de begrafenis van meerdere Duitse militairen op 9 november 1944, op de begraafplaats in Dordrecht. Een brief van de compagniescommandant Wolfgang Uhl gericht aan Frau Winterl een brief van Sanitäter Ost, eveneens gericht aan Frau Winterl.
Obergefreiter Josef Winterl overleed op 7 november 1944 aan zijn verwondingen. Hij werd op 9 november 1944 begraven op de algemene begraafplaats in Dordrecht in rij 26, graf 51. Na de oorlog werd hij op 25 augustus 1947 herbegraven op de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn, Limburg waar hij tot op heden begraven ligt in vak CN-Rij 1- graf 16.
Brief Duitse legerpredikant aan Frau Winterl
De eerste brief is de brief van de Duitse legerpredikant gericht aan Frau Winterl. Hij schrijft:

“40075
13.11.44
Sehr geehrte Frau Winterl
Dass ihr gatte der Obergefreiter Josef Winterl sein Leben im kampf für Deutschland hingegeben hat ist ihnen bereits mitgeteilt. Zur ihnen schweren Verlust der Sie getroffen, spreche ich ihnen mein herzlichstes Beileid aus.
Am 9.11 haben wir dann mit 60 kameraden auf dem Heldenfriedhoff Dordrecht Reihe 26 Grab 51 mit Militairischen Ehre feierlich beigezetzt. Ein Bericht über die Trauerfeirer liegt bei.
Möchten wünschen, daß Gott ihnen ferner Kraft schenken möge, zeige ich Sie in herzlichster Anteilnahme.
Kornrumpf
Wehrmachtoberpfarrer”*
Vertaald:
“40075
13.11.44
Geachte mevrouw Winterl,
Dat uw echtgenoot, de Obergefreiter Josef Winterl, zijn leven heeft gegeven in de strijd voor Duitsland, is u reeds meegedeeld. Voor het zware verlies dat u heeft getroffen, betuig ik u mijn oprechte deelneming.
Op 9 november hebben wij hem samen met 60 kameraden op de heldenbegraafplaats in Dordrecht, rij 26, graf 51, met militaire eer plechtig begraven. Een verslag van de rouwplechtigheid is bijgevoegd.
In de wens dat God u verder kracht mag schenken, betuig ik u mijn diepste medeleven.
Kornrumpf
Legerpredikant”
Verslag begrafenis van Duitse militairen op algemene begraafplaats Dordrecht
Bij de brief van de legerpredikant zit ook een verslag van de begrafenis van een grote groep Duitse militairen op de algemene begraafplaats van Dordrecht op 9 november 1944:

Er staat geschreven:
“Trauerfeier auf dem Ehrenfriedhof Dordrecht am 9. Nov. 1944 Nachmittag um 4 Uhr war die Trauerfeier angesetzt. In einer langen Gruft standen nebeneinander, geschmückt mit Reichskriegsflaggen und Stahlhelmen in langer stummer Reihe, 61 Särge von Gefallenen der letzten Tage; meist solchen, die auf dem Hauptverbandsplatz Dordrecht eingeliefert gewesen waren. 9 Soldaten, 1 Matrose, 1 Arbeitsmann, 1 Hauptvormann, 2 Obersoldaten, 12 Gefreite, 24 Obergefreite, 2 Stabsgefreite, 6 Unteroffiziere, 1 Feldwebel, 1 Wachtmeister und 1 Leutnant, Angehörige von allen Wehrmachtteilen und vom Reichsarbeitsdienst. Außer dem Ehrenzug beteiligten sich an der Feier über 100 Soldaten, darunter 6 Offiziere.
Zu Beginn der Trauerfeier las ich: „Wer weiß, wie nahe mir mein Ende ………“ Psalm 39, 5–8, 1. Kor. 15, 35–57 in Auswahl, darauf den Vers: „Wenn plötzlich in dein Lebenslicht Die Finsternis der Nächte bricht, Du nicht begreifst, woher sie kommt, Du nicht begreifst, zu was sie frommt, Dich tiefer Gram macht sprachlos stumm, Tröst’ dich der Spruch: ‚Gott weiß warum.‘“ Justinus Kerner Meiner Ansprache legte ich die Worte zu Grunde: Matth. 5,4 „Selig sind, die da Leid tragen, Denn sie sollen getröstet werden.“ Und Joh. 16,33 „In der Welt habt ihr Angst, Aber seid getrost, ich habe die Welt überwunden.“
In den Kämpfen südlich der Maasübergänge, an den Moerdijk-Brücken, haben die Kameraden ihr Leben gelassen. Eine Verpflichtung bedeutet das für uns Kameraden. Auch wir haben getreu unserem Fahneneide unsere Pflicht bis zum Letzten zu erfüllen. Wir gedachten der vielen Angehörigen in der Heimat, der 24 Witwen, der vielen Väter und Mütter, der Brüder und Schwestern und auch der Waisen.
Der Bruder eines der Gefallenen konnte zufällig an der Feier teilnehmen. Für die Angehörigen beteten wir: „Hilf ihnen, dass sie in deinem Frieden still und getröstet wurden und an der Wunde, die du ihnen ge- schlagen hast, deine lindernde Hand verspüren.“ Wir beteten das Vater Unser, drei Hände voll Erde wurden in die Gruft geworfen, darauf der Segen erteilt. Der Älteste der Offiziere sprach darauf ein kurzes Wort des Nachrufes, danach wurden die zahlreichen Kränze niedergelegt und der Ehrenzug schoss eine dreifache Salve. Trübe und grau hing der Novemberhimmel voller Regenwolken und auch während der Feier gingen Regenschauer nieder. Die Feier wird allen Teilnehmern in ihrem Ernst und in ihrer Würde unvergessen bleiben.
Kornrumpf
Wehrmachtoberpfarrer”
Vertaald:
“Rouwplechtigheid op de Erebegraafplaats Dordrecht op 9 november 1944
De rouwplechtigheid was gepland voor 4 uur ’s middags. In een lang graf stonden naast elkaar, versierd met Rijksoorlogsvlaggen en stalen helmen in een stille rij, 61 kisten van gesneuvelden uit de afgelopen dagen; meestal van hen die waren binnengebracht op de hoofdverbandplaats Dordrecht. 9 Soldaten, 1 Matrose, 1 Arbeitsmann, 1 Hauptvormann, 2 Obersoldaten, 12 Gefreite, 24 Obergefreite, 2 Stabsgefreite, 6 Unteroffiziere, 1 Feldwebel, 1 Wachtmeister en 1 Leutnant, Allen afkomstig uit verschillende delen van de Wehrmacht en de Rijksarbeidsdienst. Naast de erewacht namen meer dan 100 soldaten deel aan de plechtigheid, waaronder 6 officieren.
Aan het begin van de rouwplechtigheid las ik: „Wie weet hoe nabij mijn einde is ………“ Psalm 39, 5–8, 1 Kor. 15, 35–57, gevolgd door het vers: „Wanneer plots in jouw levenslicht De duisternis van de nacht uitbreekt, Je niet begrijpt waar het vandaan komt, Je niet begrijpt waartoe het dient, Diepe smart maakt je sprakeloos stil, Troost je met het gezegde: ‘God weet waarom.’“ Justinus Kerner Voor mijn toespraak nam ik als uitgangspunt: Mattheüs 5:4 „Zalig zijn zij die treuren, Want zij zullen getroost worden.“ En Johannes 16:33 „In de wereld hebben jullie angst, Maar wees gerust, Ik heb de wereld overwonnen.“
In de gevechten ten zuiden van de Maasovergangen, bij de Moerdijkbruggen, hebben de kameraden hun leven gelaten. Dat betekent een verplichting voor ons kameraden. Ook wij moeten, trouw aan onze eed aan de vlag, onze plicht tot het uiterste vervullen. Wij dachten aan de vele familieleden in het thuisland, aan de 24 weduwen, de vele vaders en moeders, broers en zussen en ook de wezen. De broer van een van de gesneuvelden kon toevallig aan de plechtigheid deelnemen. Voor de nabestaanden baden wij: „Help hen, dat zij in uw vrede stil en getroost mogen worden en aan de wond die u hun geslagen hebt, uw verzachtende hand mogen voelen.“ Wij baden het Onze Vader, drie handen vol aarde werden in de grafkelder geworpen, waarna de zegen werd uitgesproken. De oudste van de officieren sprak vervolgens een korte herdenkingsrede, daarna werden de vele kransen neergelegd en loste de erewacht een drievoudige salvo. Somber en grijs hing de novemberhemel vol regenwolken, en ook tijdens de plechtigheid vielen er regenbuien. De plechtigheid zal voor alle deelnemers onvergetelijk blijven in haar ernst en waardigheid.
Kornrumpf
Legerpredikant”
Brief Oberleutnant und Kompanieschef Wolfgang Uhl aan Frau Winterl
De tweede brief is Oberleutnant en compagniescommandant Wolfgang Uhl aan Frau Winterl. Hij schrijft:

“Uhl. Wolfgang.
Oberleutnant u. Komp. Chef.
05372
11.11.44.
Sehr verehrte, gnädige Frau!
Ich habe die harte Pflicht und die schwere
Aufgabe, Ihnen die traurige Nachricht zu übermitteln, dass Ihr Mann am 7. 11. 44 im Hauptverbandsplatz Dordrecht / Holland an den Folgen seiner schweren Verwundung gestorben ist. Ihr Mann war in der Nacht mit seinem Bautrupp Südlich der Maas zur Pulstörung von Fernsprechleitungen eingesetzt als sein Trupp in der Nacht vom 3. auf 4. November durch feindliche Artillerie beschossen wurde. Ein Volltreffer traf der Bautrupp Ihres Mannes wodurch dieser schwer verwundet wurde. Sofort würde Ihr Mann mit einem Sanitäts-fahrzeug zum Hauptverbandsplatz nach Dortrecht gebracht. Die Ärzte haben alles daran gesetzt, aber Ihr Mann hat die Operation nicht überstanden, er ist ohne Schmerzen, friedlich am 7. 11. 44 gestorben. Ihr Mann war in seinem Wesen, seiner Dienstauffassung, seiner Haltung und seinen Leistungen ein guter Soldat, der sich der Achtung aller Kameraden erfreute. Ihr Mann war lange Zeit als Störungsschießer eingeteilt und hat durch seine einsatzfreudige Arbeit und seine aufgeschlossenes Handeln im vielen fällen dazu beigetragen, dass die wichtigen Feldsprechverbindungen wieder hergestellt werden konnten. Wir konnten es alle nicht fassen dass der Obergefreite Winterl sich zur grossen Armee abgemeldet hatte.
Es fehlt uns allen, wenn er mit seinem frischen Wesen nicht mehr unter uns ist, so marschiert er doch in unseren Reihen weiter mit. Am 9.11.44 haben wir Ihren dann mit allen militärischen Ehren auf dem Heldenfriedhof in Dortrecht, Holland zur letzten Ruhe gebettet. Ein grüner Kranz mit bunten Herbstblumen schmückte sein Soldatengrab.
Ihr dann hat sein Leben für Großdeutschland, für die Zukunft unseres Reiches und für uns gegeben. Wir wollen ihn zum Vorbild nehmen und bereit sein, auch unser Leben so zu geben, wenn es von uns gefordert wird. Ich bitte Sie, sehr geehrte Frau Winterl, unsere tiefgefühltes Au. Teilnahme für deine schweren Verlust, der Sie betroffen hat, aufgegen zu nehmen.
Heil Hitler!
Wolfgang Uhl.”
Vertaald:
“Uhl, Wolfgang
Oberleutnant en compagniecommandant
05372
11.11.44
Zeer geachte, edele mevrouw! Ik heb de zware plicht en moeilijke taak u het droevige bericht te brengen dat uw man op 7 november 1944 in de hoofdverbandplaats te Dordrecht, Holland, is overleden aan de gevolgen van zijn zware verwondingen. Uw man was in de nacht met zijn bouwgroep ten zuiden van de Maas ingezet om storingen in telefoonverbindingen te verhelpen, toen zijn groep in de nacht van 3 op 4 november onder vijandelijk artillerievuur kwam. Een voltreffer trof de bouwgroep van uw man, waardoor hij zwaar gewond raakte. Hij werd onmiddellijk met een ziekenwagen naar de hoofdverbandplaats in Dordrecht gebracht. De artsen hebben alles geprobeerd, maar uw man heeft de operatie niet overleefd. Hij is zonder pijn, vredig op 7 november 1944 gestorven. Uw man was in zijn aard, zijn plichtsbesef, zijn houding en zijn prestaties een goede soldaat, die het respect van al zijn kameraden genoot. Uw man was lange tijd als storingsschutter ingedeeld en heeft door zijn inzet en zijn open, plichtsgetrouwe handelen in veel gevallen eraan bijgedragen dat de belangrijke veldtelefoonverbindingen weer konden worden hersteld. Wij konden het allemaal niet bevatten dat Obergefreiter Winterl zich bij het grote leger had afgemeld.
Wij missen hem allemaal, nu hij met zijn frisse aard niet meer onder ons is — en toch marcheert hij in onze rijen verder mee. Op 9 november 1944 hebben wij hem met alle militaire eer op de heldenbegraafplaats in Dordrecht, Holland, naar zijn laatste rustplaats begeleid. Een groene krans met bonte herfstbloemen sierde zijn soldatengraf.
Uw man heeft zijn leven gegeven voor Groot-Duitsland, voor de toekomst van ons Rijk en voor ons. Wij willen hem als voorbeeld nemen en bereid zijn ook ons leven zo te geven, wanneer dat van ons gevraagd wordt. Ik verzoek u, zeer geachte mevrouw Winterl, onze diepgevoelde deelneming bij het zware verlies dat u getroffen heeft, te aanvaarden.
Heil Hitler!
Wolfgang Uhl”
Brief Sanitäter Unteroffizier Wilhelm Ost aan Frau Winterl
De laatste brief is van de Sanitäter Unteroffizier Wilhelm Ost. Hij was goed bevriend met Josef Winterl. Hij schrijft:

“San. Uffz. Wilhelm Ost,
05372. Am Weste(n), 29. XI. 44.
Sehr verehrte Frau Winterl!
Nachdem Sie wohl inzwischen den Brief des Komp. Chefs erhalten haben werden, will auch ich Ihnenmeine innigste Anteilnahme mitteilen. Ich hatte mit Ihrem Mann besonderen Kontakt, da ich als Münchener Kindl 2 Jahre lang Grundbuchbeamte in Ihrem benachbarten Nahhüng war. Oft haben wir uns unterhalten und geplaudert vonn schönen bayr. Wald! Der Komp.-Chef hat Ihnen ja schon alles geschrieben. Ich selbst kann Ihnen nur von den letzten Stunden Ihres Mannes berichten. Er hatte mit mehreren Kameraden den Auftrag eine Leitung entstören. Er versuchte südlich der Maas (bei Dordrecht) die Verbindung herzustellen, als ein Einschlag in seiner Umgebung erfolgte. Alle 4 Mann stellten sich dann hinter ein Sturmgeschütze üm Deckung zu haben. Es kam ein 2. Einschlag in ca. 3 Meter Aufsprengung, die alle 4 Mann schwer u tödlich verwundete.
Alle erhielten zahlreiche Splitter an den Füßen und wurden von dem Kommandierten San. Dienstgrad der 2. Komp. Sofort zum Truppenverbandplatz gebracht, nachdem sie vorher versorgt worden waren. Die Verwundung war um 4 Uhr 30 erfolgt. (Glaublich, 4. XI. 44.) Ich war diesmal zu diesem Einsatz nicht befohlen gewesen. Ich machte aber sofort der Hauptverbandsplatz auf, wo ich Ihren Mann im Op. Hal ünter narkose fand. Durch den Blutverlust konnte er noch nicht operiert werden. Ich besuchte ihn am nächsten Tag mit einem Uffz. Wo er sehr klar und sicher war. Er hatte Appetit und wollte gerne operiert werden, damit die Schmerzen besser zu ertragen waren. Der Arzt hatte ihm gesagt, dass er wohl noch abends draukäme. Ich wollte ihn noch zum schreiben eines Briefes veranlassen, was er auf den nächsten Tag verschrieben wollte. Er war sicher, dass er die Operation überstehen würde. Der Arzt hatte ihm gesagt, dass der re. Fuß abgenommen werden muss. Als langjähriges San. dienstgrad merkte ich jedoch, dass der Mann durch den Blutverlust viel zu schwach war und Eine Operation die Entscheidung bringen werde.
Am 6. XI. besuchte ich Ihren Mann wieder. Auch Herr St. Krückebey wollte den Besuch mitmachen. Auch an diesem Tage wollte er unbedingt operiert werden, was ihm auch der Arzt zusagte, da der Zustand des Fusses gebieterisch die Abnahme des Fusses (nicht beines) forderte. Ihr Mann war trotz allem sehr zuversichtlich und bat, ich solle auch an Sie schreiben und den Radio-Apparat an Sie absenden & das will ich auch heute einlösen.
In der Nacht ist dann ihr Mann an Herzschwäche gestorben, die durch den Blutverlust bedingt war. Ihr Mann ist nach der Operation nicht mehr aufgewacht und daher ohne Todes kampf gestorben. Wir haben ihm mit noch einem kp. Angehörigen und weiteren Soldaten auf den deutschen Soldaten-Friedhof Dordrecht beigesetzt. Die Reichskriegsflaggen flatterten auf Halbmast als die Särge unter Salut der Mode von den Geistlichen übergeben wurden. Der Sarg war noch mit schönen Herbstblumen von der Komp. Gesmückt worden.
Ihr mann hat seinen Kampf durchgestanden! - Auch er hat dazu beigetragen, dass unser Korps als besonders einsatzbereit gilt und daher ganz auf deutscher Erde den Kampf führen darf. Wir alle wollen Ihrem Mann nacheifern in seiner Pflichterfüllung und wenn es mal verlangt wird unser Leben geben für die Heimat, für die deutschen Frauen u. unsere Kinder. In diesem Sinne will ich Ihnen die Hand drücken und Ihnen die letzten Grüsse ihres Mannes überteilen.
Ihr Ergebenen Wilhelm Ost.
Vertaald:
“San. Uffz. Wilhelm Ost,
05372. Aan het Westen, 29 XI 44.
Zeer geachte mevrouw Winterl!
Aangezien u inmiddels waarschijnlijk de brief van de compagniecommandant hebt ontvangen, wil ook ik u mijn innigste deelneming betuigen. Ik had bijzonder contact met uw man, omdat ik als “Münchener Kindl” twee jaar lang grondboekambtenaar was in uw naburige omgeving. Vaak hebben wij met elkaar gesproken en gekeuveld over het mooie Beierse woud. De compagniecommandant heeft u al alles geschreven. Ikzelf kan u slechts berichten over de laatste uren van uw man. Hij had samen met meerdere kameraden de opdracht een kabel te repareren. Hij probeerde ten zuiden van de Maas (bij Dordrecht) de verbinding te herstellen, toen er een inslag in zijn nabijheid plaatsvond. Alle vier de mannen gingen toen achter een Sturmgeschütz staan om dekking te zoeken. Er volgde een tweede inslag op ongeveer drie meter afstand.
De explosie verwondde alle vier de mannen zwaar en dodelijk. Zij kregen talloze granaatsplinters in de voeten en werden door de dienstdoende sanitaire onderofficier van de 2e compagnie onmiddellijk naar de verbandplaats gebracht, nadat zij eerst ter plekke waren verzorgd. De verwonding vond plaats om 4.30 uur (vermoedelijk 4 XI 44). Ik was ditmaal niet voor deze inzet opgeroepen. Ik ging echter meteen naar de hoofdverbandplaats, waar ik uw man in de operatiehal onder narcose aantrof. Door het bloedverlies kon hij nog niet geopereerd worden. De volgende dag bezocht ik hem samen met een onderofficier. Hij was zeer helder en bij bewustzijn. Hij had eetlust en wilde graag geopereerd worden, zodat de pijn beter te verdragen zou zijn. De arts had hem gezegd dat hij waarschijnlijk ’s avonds nog aan de beurt zou komen. Ik wilde hem ertoe bewegen een brief te schrijven, maar hij wilde dat tot de volgende dag uitstellen. Hij was ervan overtuigd dat hij de operatie zou doorstaan. De arts had hem verteld dat de rechtervoet moest worden geamputeerd. Als langdurig sanitair onderofficier merkte ik echter dat de man door het bloedverlies veel te zwak was en dat een operatie de beslissing zou brengen.
Op 6 XI bezocht ik uw man opnieuw. Ook de heer St. Krückebey wilde mee op bezoek. Ook die dag wilde uw man beslist geopereerd worden, wat de arts hem ook toezegde, omdat de toestand van de voet dringend amputatie vereiste (van de voet, niet van het been). Uw man was ondanks alles zeer hoopvol en verzocht mij ook aan u te schrijven en het radiotoestel naar u op te sturen — en dat wil ik vandaag doen.
In de nacht is uw man vervolgens overleden aan hartzwakte, veroorzaakt door het bloedverlies. Hij is na de operatie niet meer wakker geworden en is daardoor zonder doodsstrijd gestorven. Wij hebben hem, samen met een ander lid van de compagnie en verdere soldaten, begraven op de Duitse soldatenbegraafplaats in Dordrecht. De Rijkskrijgsbanieren wapperden halfstok toen de kisten onder saluut door de geestelijken werden overgedragen. De kist was bovendien met mooie herfstbloemen door de compagnie versierd.
Uw man heeft zijn strijd doorstaan! Ook hij heeft eraan bijgedragen dat ons korps als bijzonder inzetgereed geldt en daarom geheel op Duitse bodem de strijd mag voeren. Wij allen willen uw man navolgen in zijn plichtsvervulling en — wanneer het gevraagd wordt — ons leven geven voor het vaderland, voor de Duitse vrouwen en onze kinderen. In deze geest wil ik u de hand drukken en u de laatste groeten van uw man overbrengen.
Uw toegewijde Wilhelm Ost”
